Rouwgedicht: Levend Verlies

Langzaam wordt het stiller.
Vogels trekken weg,
en nemen een voor een hun liedje mee.
Alleen een specht hamert zijn gat hoog in een boom.
Dan steekt een boze storm op,
huilt regen met felle vlagen.
En soms is er alleen maar
de leegte van koude mist.
Geruisloos valt een blad.
Het eerste.
Groen-oranje uit voltooid verleden tijd
zwaait vrolijk naar de aarde.
De boom merkt het niet.
Dit is gewoon, dit is herfst.
Seizoenen trekken voorbij
en de kruin van de boom wordt kaal.
Want de bladeren keerden niet terug
en ook de vogels niet.
Het gat van de specht blijft leeg,
Dit is anders.
Hele takken ploffen nu
met een zucht in het mos.
Eerst de kleine,
als speelgoed voor de wind.
Dan de grote,
die struikelen over zijn voeten
en afbreken als lucifers.
Dit is pijn.
Levende pijn.
Hij weet niet meer
waar hij is.
Het levend verlies
is als herfst
maar dan anders.
Het is dood in leven.
Het is loslaten wat vast moet zijn
omdat het anders afbreekt en stukvalt.
Zo is het als er dementie in het leven is.

Simone Snakenborg
– voor Cisca –
© 25 oktober 2026